| home |   |
![]() |
Ost.ModernOver een architectuur in oost-europa ende fotografie van annemie augustijns Koen Van Synghel Download pdf Achter elke werkelijkheid schuilt een illusie, achter elke illusie een leugen, achter elke leugen een waarheid, achter elke waarheid een werkelijkheid... Tussen die polen van historische feitelijkheid en fictie, van ambitie en verval, van vorm en toeval,... openbaart zich een wereld die Annemie Augustijns in het begin van de jaren 2000 fotografeerde in Oost-Europa. Openbaring klinkt misschien wat te plechtig, en zeker te religieus beladen voor een gebied dat zo’n driekwart eeuw in de greep was van een goddeloos systeem. Maar openbaring is hier op zijn plaats omdat de foto’s die Augustijns maakte in Oost-Duitsland, Hongarije, Letland, Polen, Lithouwen,... meer zijn dan een beeldende historiografie. Je zou ze kunnen bekijken als documentaire beelden, die het einde en zeker het verval en de onderuitgehaalde ambities van een politieke cultuur in kaart brengen. Maar daarvoor krijgen ze te veel autonomie toegemeten. Of beter uitgedrukt, Annemie Augustijns construeert beelden die door hun compositie, door de bijzondere aandacht voor kleur, ritme, perspectief,... een kunstmatigheid genereren die elke locatie doen stollen tot een filmsetting of een theatrale scenografie. Architectuur en fotografie vinden mekaar wel vaker in hun gespannen verhouding tot de werkelijkheid. Zoals de architect het bouwen manipuleert met geometrie, ritme, perspectief, of zelfs verhalen,... zo selecteert, kadreert, componeert,... de fotograaf de werkelijkheid. Fotograaf en architect werken beiden aan constructies: de constructie van een beeld en de constructie van de werkelijkheid. Zeker wanneer een fotograaf zijn/haar oog laat vallen op gebouwen of interieurs gebeurt het vaak dat de architectuur, en in het bijzonder, de ordeningsprincipes die het achteloos bouwen transformeren tot architectuur, worden uitvergroot. In het geval van het Cultureel Centrum Nowahuta in Polen, verleent Augustijns de geometrie van een cirkelvormig, zwevende plafond een absolute, abstracte dimensie. Zij doet dit door het cirkelvormig plafond te centreren in het fotografisch beeld. Hierdoor erkent zij niet alleen de geometrische onderbouw van deze architectuur, maarlijkt ze evenzeer de monumentale ambitie te willen in de verf zetten. Wat deze foto echter zo intrigerend en een tikkeltje subversief maakt, is het feit dat in dit culturele centrum -waar de architectonische ambitie en de drang naar eeuwig durende moderniteit van de muren spat- de vulling van de gecapitonneerde deur naar beneden is gezakt, dikbuikig als een weldoorvoede apparatsjik. Het overigens verzorgd ontworpen gebouw krijgt daardoor iets aandoenlijks. Tegenover de ernst van de moderne architectuur staat een deur komisch dik, dissonant te wezen. Terwijl het cultureel centrum van Nowahuta getuigt van enige menselijkheid die plaats heeft genomen in, of eerder nog, bezit heeft genomen van de architectuur, spreekt uit de foto van het Stasi-museum, het complete –lachwekkende!- falen van een door totalitarisme gestuurde omgeving. Het interieur laat zich eenvoudig beschrijven in de naakte aanwezigheid van rood tapijt, verniste deur, gespannen koord van deur tot deur, blauw stoffig zeteltje, en tegen de witte achtermuur, een portret-icoon in koud neonlicht... Is dit een scène, een toneelbeeld uit een stuk waar niemand aan herinnerd wil worden? Of is dit een schijnend decor dat door het oog van de camera herschapen wordt in een tijdloos schrijn macht{eloosheid}? Annemie Augustijns loopt een dergelijk tafereel niet voorbij. Juist dit soort beelden, net zoals het handgeschilderde decor –de achtergrond voor een terrarium? Een opgezette Siberische vos,...?- onbewaakt achtergelaten tussen twee asbakken ergens in een hoek van de universiteit van Boekarest in Roemenië... Dit is een ‘echt’ decor. En deze foto van een handgeschilderd decor, waar de illusie de werkelijkheid zoekt, vervreemd. Omdat de schaal op de deze foto zoek is. De asbakken geven enige houvast, maar een belendende deur is dan weer wat laag... Schaal, maar dan wel de uitvergrotingen zijn altijd het favoriete middel geweest van dictatoriale architectuur. Is het deze verwarring die spreekt uit deze foto? Decors. Verschillende podia. Met gordijnen. Oranje! De kleur van de zon die nauwelijks door de ramen schijnt. Augustijns mijdt mensen in haar foto’s. De gebouwen, de interieurs krijgen de glansrol, zoals architecten ook graag vergeten dat de mens de maat is der dingen. Maar zelfs al komt mens voor in de culturele centra, de hotels, het gymnasium, of het museum, toch lijkt de vloer open voor personages om de ruimtes te bevolken. Alleen zijn het decors die het leven lijken te dicteren. Bovendien laat Augustijns ons raden waar de personages en waar het publiek zouden kunnen thuishoren. Net zoals ze met de foto in Judetul Mehedinti in Roemenië ons ook laat gissen of deze stadspoort de poort is naar de stad of de uitweg naar het platteland. Bij nader toezien wordt duidelijk dat de weg openligt, weg van de stad. Maar de weg is niet aanlokkelijker dan een theaterscène na de voorstelling. Stelt Augustijns met deze foto’s van publieke gebouwen, uitgerekend vragen naar dat publieke karakter? Laat Augustijns daarom het gras groeien uit de tribunes van Karlovy Vary? Zelfs al heeft zij daadwerkelijk geen aandeel in het gras dat groeit, door centraal op het sportplein te gaan staan, de camera te richten op de tribune en die in zijn symmetrie te vangen, doet ze het gras meer dan ooit spreken als teken van ongewild verzet en verval. OstModern lijkt in veel opzichten het verhaal van een gedegenereerde moderniteit. Maar ergens legt Annemie Augustijns ook de onbeholpen schoonheid vast van een universele moderniteit, die aan je billen blijft plakken, als een knalrode, kunstleren sofa. FotoMuseum Waalse kaai 47 2000 Antwerpen T 03/242 93 00 www.fotomuseum.be |