ANNEMIE AUGUSTIJNS





GEFOTOGRAFEERDE HOOGGESTEMDHEID

ARJEN MULDER

Download pdf

Uit de wereld op Annemie Augustijns' foto's zijn de mensen al verdwenen. Wat er van hen rest zijn hun toekomstplannen, de interieurs, gebouwen en infrastructurele werken waarin ze eens hun idealen vorm hebben trachten te geven: eerste tekenen van een luxe waaraan ze nooit zijn toegekomen omdat iedereen door een onvoorziene en onverklaarbare gebeurtenis voorgoed uit beeld is gewist. Daarna is de fotografe gekomen en heeft hun fantasiewereld met aandacht en mededogen vastgelegd op de gevoelige plaat. Of fotografe, misschien kun je beter zeggen: toen is de fotografie gekomen. Want de foto's van Augustijns zijn niet nadrukkelijk subjectief, ze eigenen zich niet agressief andermans uiterlijkheden toe om er een hoogst persoonlijke wereld mee te construeren. De schoonheid van deze foto's schuilt in het feit dat ze het afgebeelde alle ruimte geven zichzelf te laten zien, ja, te pronken als toonbeelden van een glorieuze tijd, die helaas nooit van de grond is gekomen.

De fotografische visie van Augustijns is die van een vriendelijke zakelijkheid, een nuchtere tederheid ten opzichte van de hoop, het geloof en de liefde van een generatie die bij de realisering van haar utopie nooit verder is gekomen dan de eerste overmoedige stapjes, waarna het project in de modder van de geschiedenis vastliep. Het werk van de fotografe schuilt in het ontdekken van fragmenten van deze verloren wereld, het selecteren van de meest karakteristieke elementen uit deze verzameling, en het vervolgens zo helder en respectvol mogelijk verbeelden van die resten. Die verbeelding moet het mogelijk maken uit de laatste nog leven uitstralende brokstukken een complete wereld te herconstrueren waarin ooit mensen hebben willen leven. Die wereld is virtueel gebleven, maar komt tot leven in degenen die deze foto's bekijken als emotie, als gevoel van ontzag voor de kwetsbaarheid van de mensen die hun nek uitstaken om iets grootst tot stand te brengen en daarbij, tja, wat precies? Het leven lieten? Verdampten?

Al kijkend begrijp je opeens dat die zonderlinge huizen en stoelen en trappen en parkjes en taluds en sportbanen meer hebben willen zijn dan ze waren en te bieden hadden. Ze wilden de uiting zijn van een levensbesef, dat niet bleek te kunnen worden verwerkelijkt omdat de materiŽle wereld er te zwaar voor was, te onhandig, maar men moest het daar nu eenmaal mee doen en kwam daarom met een compromis tussen lichtheid en logheid dat nu, achteraf gezien, alleen nog maar ontroert. Bij het bekijken van de foto's van Annemie Augustijns komt er na enige tijd een brok in mijn keel opzetten: hier hebben mensen een gebaar willen maken tegen de leegte van het moderne bestaan, men heeft meer van het leven willen maken dan een combinatie van functionaliteit en economische noodzaak, men heeft Kunst willen voortbrengen. En het werd gestuntel. Het werd een snel verouderde esthetiek. En uiteindelijk werd het niets. Het zou op de vuilnishoop van de geschiedenis zijn beland als Augustijns niet gered had wat er nog van te redden viel: niet de objecten, gebouwen en werken zelf, maar wel hun hooggestemdheid, hun utopie. Hun droom.